Artikel 39f Wet op de loonbelasting 1964 en artikel 11 Wet op de loonbelasting 1964 (tekst 2013)

Artikel 11, eerste lid, onderdeel g, Wet op de loonbelasting 1964 (tekst 2013)

Stamrechtovereenkomst - Afkoopverbod (Vraag & Antwoord 08-019 d.d. 101117)

Vraag
Moet in een stamrechtovereenkomst een afkoopverbod zijn opgenomen?

Antwoord
Ja. De Hoge Raad heeft in het arrest van 4 maart 1987, nr. 24 339, ECLI:NL:HR:1987:AW7743 beslist dat een stamrecht niet is vrijgesteld wanneer het stamrecht voorziet in andere opbrengsten dan uitsluitend periodieke uitkeringen. Dat houdt in dat de vrijstelling niet van toepassing is wanneer in de stamrechtovereenkomst een afkoopmogelijkheid is opgenomen.

Met ingang van 2014 is het fiscaal echter ook mogelijk om de waarde van een loonstamrecht geheel of gedeeltelijk op een eerder tijdstip uit te keren dan is bepaald in de artikelen 11 en 11a van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) (tekst 2013) en de daarop gebaseerde bepalingen (afkoop). Deze mogelijkheid tot (gedeeltelijke) afkoop van een loonstamrecht is geregeld in artikel 39f, tweede lid, Wet LB. Het is fiscaal geen bezwaar wanneer een bestaande stamrechtovereenkomst wordt gewijzigd om daar de mogelijkheid van (gedeeltelijke) afkoop in op te nemen. Deze wijziging van de stamrechtovereenkomst kan zowel vr als na de ingangsdatum van de uitkeringen van het loonstamrecht plaatsvinden.

De mogelijkheid om de waarde van een loonstamrecht geheel of gedeeltelijk op een eerder tijdstip uit te keren doet overigens niet af aan het wettelijke vereiste dat het loonstamrecht in termijnen uitgekeerd moet worden. Artikel 11, eerste lid, onderdeel g, Wet LB (tekst 2013) schrijft voor dat het stamrecht moet voorzien in periodieke uitkeringen en artikel 11a Wet LB (tekst 2013) bepaalt dat het tegoed van de stamrechtspaarrekening of de waarde van het stamrechtbeleggingsrecht alleen kan worden gebruikt voor de aankoop van een aanspraak op periodieke uitkeringen als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel g, Wet LB (tekst 2013) dan wel kan worden uitgekeerd in termijnen. Artikel 39f, tweede lid, Wet LB geeft alleen de mogelijkheid om af te wijken van de wettelijk voorgeschreven periodieke uitkeringen of termijnen door de waarde van het loonstamrecht geheel of gedeeltelijk op een eerder moment uit te keren.

Bij een gedeeltelijke afkoop na de uiterste wettelijke ingangsdatum van het loonstamrecht, moet de na de afkoop resterende waarde van het loonstamrecht direct in aansluiting op de afkoop worden uitgekeerd in een reeks van periodieke uitkeringen als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel g, Wet LB (tekst 2013) dan wel voor een stamrechtspaarrekening of een stamrechtbeleggingsrecht in termijnen met een gelijke tussenperiode van ten hoogste een jaar als bedoeld in artikel 11a Wet LB (tekst 2013).

Let op!
Met ingang van 1 januari 2014 kunnen geen nieuwe loonstamrechten meer ontstaan. Onder een loonstamrecht wordt verstaan een aanspraak op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon als bedoeld in de artikelen 11, eerste lid, onderdeel g, en 37 Wet LB zoals die op 31 december 2013 luidden, en daarmee gelijkgestelde bedragen als bedoeld in artikel 11a, eerste lid, Wet LB zoals dat op 31 december 2013 luidde. Het overgangsrecht voor op 31 december 2013 bestaande loonstamrechten is opgenomen in artikel 39f Wet LB. Artikel 39f, eerste lid, Wet LB bepaalt dat voor op 31 december 2013 bestaande loonstamrechten de artikelen 10, vijfde lid, onderdelen b en c, 11, eerste lid, onderdeel g, en vierde lid, 11a, 19a, 19b, achtste lid, 32bb, zesde en achtste lid, en 37 Wet LB, zoals die op 31 december 2013 luidden, alsmede de daarop gebaseerde bepalingen, van toepassing blijven.

Een Vraag en Antwoord van vergelijkbare strekking was eerder opgenomen in onderdeel 2 van het vervallen besluit CPP2002/896M (besluit van 27 november 2002).