LIJFRENTESPAARREKENING EN SPAARREKENING EIGEN WONING
Wettelijke voorwaarden vormgeving en aanbevelingen van de Kennisgroep Verzekeringsproducten
(deze aanbevelingen vormen geen beleid door of namens de staatssecretaris van Financiën maar vloeien rechtstreeks voort uit wet- en regelgeving)

Vragen over deze Vragen en Antwoorden kunt u per mail voorleggen aan de Kennisgroep Verzekeringsproducten. Door hier te klikken kunt u een e-mail sturen aan de secretaris van de kennisgroep.


Inleiding

Op grond van de (concept) wettelijke bepalingen zullen met ingang van 2008 voorwaarden gelden voor de vormgeving van de Lijfrentespaarrekening en het Lijfrentebeleggingsrecht (tezamen LSR) en voor de Spaarrekening eigen woning en het Beleggingsrecht eigen woning (tezamen SEW). Hierna wordt voor deze producten een overzicht gegeven van de verplichte elementen van die vormgeving. Deze verplichte elementen vormen de pendant van de elementen die in de verzekeringssfeer relevant zijn. Voor zover voor de verzekeringssfeer beleidsmatige standpunten over de vormgeving zijn ingenomen, worden die hierna, waar toepasbaar en uiteraard omgevormd voor de bancaire sfeer, weergegeven. Uiteraard dienen die standpunten als beleid te worden gepubliceerd als het wetsvoorstel kracht van wet heeft gekregen.

Tevens doet de Kennisgroep (KG) hierna per producttype aanbevelingen voor de vormgeving en de contractuele voorwaarden. Deze aanbevelingen komen voort uit ervaringen die gedurende 15 jaar zijn opgedaan met verzekeringsproducten. Oogmerk van de aanbevelingen is om de kenbaarheid en transparantie van de producten voor de klant, voor de bank en voor de Belastingdienst te vergroten. Met het reeds thans adequaat vormgeven van de producten wordt op termijn veel tijd en energie bespaard, al was het maar omdat daarmee conflicten met de individuele belastinginspecteur kunnen worden voorkomen.


Lijfrentespaarrekening en Lijfrentebeleggingsrecht (LSR)

Korte kenschets
Bij de LSR gaat het om een fiscaal gefaciliteerd product in de zin dat de inleg daarop binnen bepaalde grenzen in box 1 aftrekbaar is. Voor zover aftrek ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, behoort de waarde van het recht niet tot de heffinsgrondslag van box 3. Voor zover het recht tot box 1 behoort, zijn de uitkeringen integraal belast in box 1 en zal daarop loonbelasting worden ingehouden.

Om te waarborgen dat het product uitsluitend wordt gebruikt als inkomensvoorziening, zijn zowel de opbouwfase als de uitkeringsfase aan strikte voorwaarden gebonden. Bij schending van deze voorwaarden vindt een sanctie plaats bestaande uit - globaal gesproken – belastingheffing over de waarde van het recht en heffing van revisierente ter grootte van 20% van de die waarde. Bij schending van de voorwaarden is de aanbieder van het product in beginsel aansprakelijk voor de belasting en revisierente die ter zake door de klant is verschuldigd. Deze aansprakelijkheid is eerst aan de orde indien de klant zelf de verschuldigde belasting en revisierente niet zou betalen.Vanwege de genoemde aspecten dient schending van voorwaarden steeds aan de Belastingdienst te worden gerenseigneerd. Ook dient de totale inleg per LSR op jaarbasis te worden gerenseigneerd.

Wettelijke voorwaarden aan de vormgeving

  1. Met zoveel woorden dient in de voorwaarden van de LSR te zijn opgenomen dat deze "niet kan worden afgekocht, vervreemd, prijsgegeven, of formeel of feitelijk tot voorwerp van zekerheid kan dienen" (eventueel met de toevoeging: "anders dan op grond van artikel 3.126a, tweede lid, onderdeel c, onder 2, of ten behoeve van uitstel van betaling op grond van artikel 25, vijfde lid, Invorderingswet 1990"). Zie artikel 1.7, eerste lid, onderdeel b, Wet IB 2001. N.B. Het verbod sluit niet uit dat aan de rekeninghouder informatie wordt verstrekt over de gevolgen van afkoop. Deze informatie kan ook betrekking hebben op de afkoopregeling voor kleine tegoeden.
  2. In de voorwaarden van de LSR dient te zijn opgenomen dat het tegoed uitsluitend kan worden uitgekeerd in termijnen volgens de voorwaarden van artikel 3.126a, vierde tot en met zevende lid, Wet IB 2001 of kan worden gebruikt ter verkrijging van een lijfrente als bedoeld in artikel 3.125 Wet IB 2001. Zie artikel 3.126a, eerste lid, onderdeel b.
  3. Als gevolg van de voorwaarden in 1 en 2 is sprake van de "geblokkeerde" rekening als bedoeld in artikel 3.126, eerste lid. Extra civielrechtelijke blokkeringsbepalingen behoeven niet in de voorwaarden te worden opgenomen. Zie echter ook onder Aanbevelingen ad 2.
  4. Als de uitkeringsfase wordt verzorgd door de bancaire instelling, dient het door de klant bedongen uitkeringsrecht uiteraard te voldoen aan artikel 3.126a, vierde tot en met zevende lid. Dit houdt in dat van ieder bedongen recht op het ingangstijdstip bij overeenkomst moet zijn vastgelegd aan wie de uitkeringen toekomen, welke de totale looptijd is en welke bedragen op welke tijdstippen worden uitgekeerd. Er moet steeds zijn gekozen voor een of meer concrete uitkeringsvormen. In de voorwaarden dient te zijn opgenomen dat het recht op de nog niet uitgekeerde termijnen overgaat op de erfgenamen indien de genieter van de termijnen overlijdt vóór de uitkering van de laatste termijn.
  5. Er behoeven geen specifieke formuleringen in de contractuele voorwaarden te worden opgenomen met betrekking tot de persoon van de aanbieder. Voldoende is dat uit de voorwaarden blijkt wie de aanbieder is.

Aanbevelingen Kennisgroep

  1. Met het oog op de fiscale kenbaarheid beveelt de KG aan om in de naamgeving van het product duidelijk te maken dat sprake is van een bijzondere, fiscaal gefaciliteerde spaarrekening voor een inkomensbehoeftige periode. Een beknopte omschrijving en doelstelling van het product in de voorwaarden daarvan, zou hierbij behulpzaam zijn.
  2. Onder 3 hiervóór is aangegeven dat in de voorwaarden van de LSR geen extra civielrechtelijke bepalingen behoeven te worden opgenomen om het "geblokkeerde" karakter van de rekening te waarborgen. Omdat evenwel sprake is van een in de wettelijke bepalingen met nadruk genoemde term, beveelt de KG ten behoeve van de kenbaarheid naar de klant aan om de term "geblokkeerd" ten minste eenmaal in de voorwaarden op te nemen.
  3. De KG beveelt aan om in de voorwaarden op te nemen dat op de einddatum van de opbouwfase een "redelijke termijn" bestaat om een concrete uitkeringsvorm te bedingen. Overschrijding van die redelijke termijn is een schending van voorwaarden.In de voorwaarden kunnen worden aangegeven dat de bank verplicht is een schending van voorwaarden te renseigneren als niet binnen 6 maanden een uitkeringsvorm is bedongen. Mutatis mutandis geldt hetzelfde voor de situatie van overlijden, maar dan geldt een termijn van 12 maanden.
  4. Omdat de LSR bij het sluiten of later ook – naast reguliere inleg door de rekeninghouder – kan worden gevoed door de overgang van een lijfrentekapitaal van een andere bancaire instelling of van een verzekeraar, verdient het aanbeveling om in terminologie onderscheid te maken tussen de reguliere inleg en de "inbreng" van reeds beclaimd lijfrentekapitaal. De "inbreng" behelst vrijwel steeds een fiscaal geruisloze overgang, die geen mogelijkheid tot premieaftrek oplevert. De KG beveelt ook iedere bank aan om een overdrachtsprocedure c.q. – formulier te ontwikkelen zolang deze niet centraal via de NvB zijn tot stand gekomen.
  5. De KG beveelt aan om in de voorwaarden in de eerste plaats op te nemen dat de bank gehouden is over de uitkeringen loonbelasting in te houden. Voorts dat de bank verplicht is om de inleg op de LSR alsmede de afkopen en schendingen van voorwaarden te renseigneren aan de Belastingdienst.
  6. De KG beveelt aan om in de voorwaarden helder te regelen welke maatregelen de bank neemt, in verband met zijn aansprakelijkheid voor de te heffen belasting en revisierente, indien de LSR wordt afgekocht of anderszins schending van voorwaarden plaatsvindt (bijvoorbeeld achterhouden van een bepaald percentage van het kapitaal).

Spaarrekening eigen woning en Beleggingsrecht eigen woning (SEW)

Korte kenschets
Bij de SEW gaat het om een fiscaal gefaciliteerd product in de zin dat bij een periodieke inleg die aan bepaalde voorwaarden voldoet, de waarde van het recht niet tot de heffinsgrondslag van box 3 behoort. Omdat het recht tot box 1 behoort, is het rentebestanddeel in de uitkeringen in beginsel belast in box 1. Als evenwel gedurende een minimum aantal jaren inleg binnen een bepaalde bandbreedte heeft plaatsgevonden en voorts met de uitkering de eigenwoningschuld zoveel mogelijk wordt afgelost, is de uitkering tot een life-time-maximum per belastingplichtige onbelast. Om te waarborgen dat het product wordt gebruikt met het oog op de aflossing van de eigenwoningschuld, is de SEW aan strikte voorwaarden gebonden. Bij schending van deze voorwaarden vindt een sanctie plaats bestaande uit - globaal gesproken – heffing over het volledige rentebestanddeel van het gehele recht.

Vanwege de genoemde aspecten dienen de uitkeringen en de schending van voorwaarden steeds aan de Belastingdienst te worden gerenseigneerd.

Wettelijke voorwaarden aan de vormgeving

  1. In de voorwaarden van de SEW dient te zijn opgenomen dat het tegoed slechts éénmalig mag worden gebruikt voor de aflossing van de eigenwoningschuld die betrekking heeft op de eigen woning van de rekeninghouder , van diens echtgenoot of van degene met wie duurzaam gezamenlijk een huishouding wordt gevoerd. Goedgekeurd voor de verzekeringssfeer is overigens dat een eerste uitkering wordt gedaan teneinde de lage – 15-jaars – vrijstelling te benutten; het ligt voor de hand dat deze goedkeuring ook voor de SEW zal gelden.
    Voor de verzekeringssfeer is een door de branche opgestelde clausule akkoord bevonden. De KG stelt voor dit ook voor de SEW te doen. Zie onder Aanbevelingen.
  2. Uit de vormgeving van het product dient te blijken dat gedurende tenminste 15 jaren een inleg wordt gedaan waarvan de hoogste inleg – berekend per looptijdjaar, niet kalenderjaar – niet meer zal bedragen dan het tienvoud van de aldus berekende laagste inleg. Als een en ander blijkt uit de productvormgeving, is het daarnaast niet noodzakelijk een specifieke formulering van deze norm in de voorwaarden op te nemen.
  3. Indien sprake is van een "en/of" dan wel een "en/en-rekening geldt op grond van artikel 17bis Uitv. Regeling IB 2001 dat het tegoed fiscaal geacht wordt voor gelijke delen toe te komen aan de rekeninghouders. Fiscaal is ook sprake van 2 SEW’s.

Aanbevelingen Kennisgroep

  1. Mogelijke SEW-clausule: De rekeninghouder beoogt het tegoed eenmalig te deblokkeren ter aflossing van de eigenwoningschuld in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 van de rekeninghouder,van diens echtgeno(o)t(e) of van degene met wie hij duurzaam een gezamenlijke huishouding voert.
  2. Met het oog op de fiscale kenbaarheid beveelt de KG aan om in de naamgeving van het product duidelijk te maken dat sprake is van een bijzondere, fiscaal gefaciliteerde spaarrekening voor de aflossing van een lening. Een beknopte omschrijving en doelstelling van het product in de voorwaarden daarvan, zou hierbij behulpzaam zijn.
  3. Omdat de SEW bij het sluiten of later ook – naast reguliere inleg door de rekeninghouder – kan worden gevoed door de inbreng van een bestaande SEW of KEW, verdient het aanbeveling om in terminologie onderscheid te maken tussen de reguliere inleg en de "inbreng" van kapitaal dat al is opgebouwd binnen een SEW of een KEW. De "inbreng" behelst vrijwel steeds een fiscaal geruisloze overgang, waarbij niet de inbrengwaarde als betaalde inleg wordt aangemerkt, maar de op de oorspronkelijke SEW of KEW ingelegde bedragen. Dit is van belang bij een eventuele belaste uitkering: belast is de waarde bij deblokkering minus de (oorspronkelijk) ingelegde bedragen; niet minus de ingebrachte waarde uit een bestaande SEW of KEW.
    De KG beveelt ook iedere bank aan om een overdrachtsprocedure c.q. –formulier te ontwikkelen zolang deze niet centraal via de NvB tot stand zijn gekomen.
  4. De KG beveelt aan om in de voorwaarden op te nemen dat de bank verplicht is deblokkeringen te renseigneren aan de Belastingdienst.
  5. De KG beveelt aan om de gevolgen van overlijden duidelijk aan te geven. Met name dat in beginsel bij overlijden een afrekening volgt – die aan de fiscus moet worden gerenseigneerd – maar dat voor de "partner" de mogelijkheid bestaat door te schuiven onder meeneming van het niet-gebruikte deel van de SEW-vrijstelling van de partner (met als maximum de hoogte van het tegoed bij overlijden). Voorts dat er een termijn van in beginsel 12 maanden na het overlijden bestaat, om te kunnen verzoeken om doorschuiving.