HELPDESKVRAGEN OVERBRUGGINGSLIJFRENTEN BEANTWOORD DOOR DE KENNISGROEP VERZEKERINGSPRODUCTEN
(deze antwoorden vormen geen beleid door of namens de staatssecretaris van Financiën maar zijn standpunten rechtstreeks voortvloeiend uit wet- en regelgeving)

Vragen over deze Vragen en Antwoorden kunt u per mail voorleggen aan de Kennisgroep Verzekeringsproducten. Door hier te klikken kunt u een e-mail sturen aan de secretaris van de kennisgroep.

Inhoudsopgave

A. OVERBRUGGINGSLIJFRENTEN ALGEMEEN

  1. Na 2005 geen aftrek meer van premies betaald voor een overbruggingslijfrente

  2. Fiscale behandeling van overbruggingslijfrente zonder premieaftrek

  3. Terugwenteling lijfrentepremies naar 2005; aftrek mogelijk voor overbruggingslijfrente

  4. Eerbiedigende werking voor lijfrenten met premieaftrek vóór 2006

  5. Geen aanpassing bestaande polissen nodig voor recht op eerbiedigende werking

  6. Geen aanpassing nodig van lijfrenten en stamrechten bedongen in de winstsfeer

  7. Geen beperking voor rechten met regime Wet IB 1964 tot en met 1991

B. OVERBRUGGINGSLIJFRENTEN WAARVOOR NA 2005 NOG PREMIES WORDEN BETAALD

  1. Gevolgen voor eerbiedigende werking van premiebetaling na 2005 voor bestaande lijfrente

  2. Premievrije lijfrente en premiebetalende lijfrente op één polis

  3. Gevolgen van overbruggingslijfrente met hogere waarde dan waarde op 31 december 2005

  4. Waarde op 31 december 2005; naar 2005 teruggewentelde premie

  5. Gevolgen van daling van de waarde van de lijfrente op 31 december 2005

  6. Voor premieaftrek na 2005 geen aanpassing lijfrentepolis nodig als mede een overbruggingslijfrente is verzekerd

C. TIJDELIJKE OUDEDAGSLIJFRENTEN

  1. Wijziging regime voor tijdelijke oudedagslijfrenten

  2. Lijfrenten tot stand gekomen vóór 2006

  3. Gevolgen voor tijdelijke oudedagslijfrenten die zijn ingegaan vóór 2006

 

 

A. OVERBRUGGINGSLIJFRENTEN ALGEMEEN

1. Na 2005 geen aftrek meer van premies betaald voor een overbruggingslijfrente

Zijn premies voor een al dan niet vóór 2006 gesloten overbruggingslijfrente na 2005 nog aftrekbaar?

Premies die zijn betaald voor een overbruggingslijfrente zijn na 2005 niet meer aftrekbaar. Dit geldt zowel voor overbruggingslijfrenten gesloten vóór 2005 als voor dergelijke lijfrenten die met ingang van 2006 worden gesloten.

2. Fiscale behandeling van overbruggingslijfrente zonder premieaftrek

Op welke wijze wordt een overbruggingslijfrente fiscaal behandeld indien en voor zover de betaalde lijfrentepremies niet zijn afgetrokken?

Het fiscale gevolg is dat de waarde van de overbruggingslijfrente voor zover die voortvloeit uit de niet afgetrokken premies, jaarlijks wordt belast in box 3. De uitkeringen uit de overbruggingslijfrente zijn onbelast voor zover die voortvloeien uit premies die niet zijn afgetrokken.

3. Terugwenteling lijfrentepremies naar 2005; aftrek mogelijk voor overbruggingslijfrente

In het algemeen kunnen lijfrentepremies betaald vóór 1 april 2006 nog worden afgetrokken in 2005. Voor premies betaald in het kader van het staken van een onderneming en ter omzetting van een fiscale oudedagsreserve is nog terugwenteling naar 2005 mogelijk bij betaling vóór 1 juli 2006.
Kunnen die teruggewentelde premies dan aftrekbaar zijn ten behoeve van een overbruggingslijfrente?

Door de terugwenteling van de premies naar 2005 is aftrek daarvan voor overbruggingslijfrenten mogelijk. Als gevolg van de terugwenteling worden de premies fiscaal geacht te zijn betaald in het jaar 2005 zodat daarop ook de Wet IB 2001, tekst 2005, van toepassing is.
Opgemerkt zij dat het voor terugwenteling van de lijfrentepremies naar 2005 niet vereist is dat de lijfrente reeds bestond vóór 2006.

4. Eerbiedigende werking voor lijfrenten met premieaftrek vóór 2006

Kunnen voor lijfrenten waarvan de premieaftrek heeft plaatsgevonden vóór 2006 na 2005 nog overbruggingslijfrenten worden bedongen?

In artikel 10a.1 Wet IB 2001, tekst 2006, is een overgangsregeling opgenomen voor aanspraken die voortvloeien uit premies die vóór 1 januari 2006 in aftrek zijn gekomen. Hiertoe behoren derhalve ook de premies die betaald zijn in 2006 maar door middel van terugwenteling in het jaar 2005 in aftrek zijn gekomen (zie vraag 3). Voor dergelijke aanspraken bestaat eerbiedigende werking in de zin dat ook na 2005 overbruggingslijfrenten kunnen worden bedongen op de wijze als dat tot en met 2005 het geval was. Voor de eerbiedigende werking is niet vereist dat de lijfrente reeds bestond vóór 2006; daartoe is voldoende dat de premieaftrek in 2005 heeft plaatsgevonden.
Indien ter zake van de lijfrente na 2005 geen premies meer worden betaald mag de overbruggingslijfrente worden bedongen voor de volledige waarde van de lijfrente op het tijdstip waarop de overbruggingslijfrente ingaat. Opgemerkt zij dat premies die zijn betaald in 2006 en die voor aftrek naar 2005 zijn teruggewenteld, niet geacht worden na 2005 te zijn betaald.

5. Geen aanpassing bestaande polissen nodig voor recht op eerbiedigende werking

Moet in een lijfrentepolis waarvan de premies vóór 2006 in aftrek zijn gekomen, de overbruggingslijfrente met zoveel woorden zijn opgenomen om in de toekomst nog overbruggingslijfrenten te kunnen bedingen (eerbiedigende werking; zie onder 4)?

Op grond van artikel 10a.1, eerste lid, Wet IB 2001, tekst 2006, dient de lijfrente (mede) betrekking te hebben op overbruggingslijfrenten om in aanmerking te komen voor de eerbiedigende werking. Een overbruggingslijfrente zou derhalve in de polis moeten zijn opgenomen als (mee)verzekerde lijfrente. Omdat evenwel overbruggingslijfrenten in de meeste bestaande polissen niet zijn opgenomen, heeft de staatssecretaris van Financiën ter voorkoming van verzwaring van administratieve lasten goedgekeurd dat de overbruggingslijfrente in de polis niet met zoveel woorden hoeft te zijn genoemd. Aanpassing van bestaande polissen behoeft derhalve niet plaats te vinden. Zie het persbericht van 26 mei 2005, nr. 2005/071, en in vervolg daarop het besluit nr. CPP2005/2828M.

6. Geen aanpassing nodig van lijfrenten en stamrechten bedongen in de winstsfeer

Geldt het antwoord op vraag 5 ook voor lijfrenten en stamrechten die zijn bedongen in het kader van de omzetting van de fiscale oudedagsreserve in een lijfrente en in samenhang met het staken van een onderneming?

De goedkeuring is van toepassing op alle polissen – derhalve ook de polissen genoemd in de vraagstelling - waarvan de premies uiterlijk in 2005 in aftrek zijn gekomen en waarbij gekozen is of gekozen wordt voor het bedingen van lijfrenten als bedoeld in artikel 3.125 Wet IB 2001. Daaronder begrepen zijn ook in het verleden bedongen lijfrenten die voldeden aan de voorwaarden voor premieaftrek van het regime van de Wet IB 1964, tekst 1992 tot en met 2000.
De goedkeuring geldt eveneens voor stamrechten die in het verleden zijn bedongen met toepassing van artikel 19 en 44j Wet IB 1964, tekst tot en met 1991, en die zijn of worden omgezet in een lijfrente als bedoeld in artikel 3.125 Wet IB 2001. Die omzetting kan ook na 2005 plaatsvinden.

7. Geen beperking voor rechten met regime Wet IB 1964 tot en met 1991

Geldt het overgangsregime van artikel 10a.1 Wet IB 2001, tekst 2006, ook voor lijfrenten waarop nog het regime van de Wet IB 1964 tot en met 1991 van toepassing is?

De nieuwe wetgeving met ingang van 2006 voor overbruggingslijfrenten geldt niet voor lijfrenten waarop het regime van de Wet IB 1964 tot en met 1991 van toepassing is. Dergelijke lijfrenten mogen ook na 2005 nog ten uitvoer worden gelegd conform de mogelijkheden van de wetgeving van de Wet IB 1964, tekst tot en met 1991.

 

 

B. OVERBRUGGINGSLIJFRENTEN WAARVOOR NA 2005 NOG PREMIES WORDEN BETAALD

1. Gevolgen voor eerbiedigende werking van premiebetaling na 2005 voor bestaande lijfrente

Een lijfrente waarvan de premies tot en met 2005 in aftrek zijn gekomen en waarop na 2005 geen andere premies zijn betaald, mag desgewenst volledig worden gebruikt voor het in de toekomst bedingen van een overbruggingslijfrente. Zie onder A.4. Wat zijn de gevolgen indien voor een dergelijke lijfrente na het jaar 2005 nog wel premies worden betaald? Maakt het daarbij uit of de premies worden afgetrokken of niet?

Indien na het jaar 2005 nog lijfrentepremies worden betaald, premies die zijn teruggewenteld naar 2005 hieronder niet begrepen, mag de overbruggingslijfrente die te zijner tijd wordt aangekocht geen hogere waarde hebben dan de waarde die de lijfrente had op 31 december 2005. Het maakt hierbij niet uit of de premies zijn afgetrokken of niet (artikel 10a.1, derde lid, Wet IB 2001, tekst 2006).

2. Premievrije lijfrente en premiebetalende lijfrente op één polis

Is het mogelijk om de in punt 1 genoemde maximering van de overbruggingslijfrente te voorkomen door enerzijds de lijfrente waarvoor tot en met 2005 premieaftrek is genoten premievrij te maken en anderzijds een nieuwe premiebetalende lijfrente vorm te geven, waarbij beide lijfrenten in één polis zijn opgenomen?

Op één polis kunnen één of meer verzekerde rechten worden opgenomen. Om de in de vraagstelling beoogde fiscale gevolgen te bewerkstelligen is het wel noodzakelijk dat zowel het premievrije recht als het premiebetalende recht afzonderlijk zijn omschreven. Ook is het essentieel dat administratief en rekenkundig beide lijfrenten door de verzekeraar afzonderlijk te boek worden gesteld.

3. Gevolgen van overbruggingslijfrente met hogere waarde dan waarde op 31 december 2005

Wat zijn de gevolgen als toch voor meer dan de waarde van de lijfrente op 31 december 2005 een overbruggingslijfrente wordt bedongen?

Als voor een hoger bedrag dan de waarde op 31 december 2005 een overbruggingslijfrente gekocht wordt, vormt dat excedent een negatieve uitgave voor inkomensvoorziening waarover inkomstenbelasting moet worden betaald alsmede revisierente ter grootte van 20% over dat excedent. Om die heffingen te voorkomen, dient het excedent te worden gebruikt voor een ander type lijfrente dat met ingang van 2006 fiscaal is toegestaan, bij voorbeeld een oudedagslijfrente.

4. Waarde op 31 december 2005; naar 2005 teruggewentelde premie

Als een overbruggingslijfrente ten hoogste voor de waarde van de lijfrente op 31 december 2005 mag worden bedongen op welke wijze dient er in die situatie dan rekening te worden gehouden met voor die lijfrente betaalde premies die naar 2005 zijn teruggewenteld?

Het nominale bedrag van de voor de lijfrente naar 2005 teruggewentelde premies mag worden begrepen in de waarde van de lijfrente op 31 december 2005.

5. Gevolgen van daling van de waarde van de lijfrente op 31 december 2005

Bij met name een lijfrente op unit-linked-basis is het mogelijk dat de waarde van de lijfrente lager wordt dan de waarde daarvan op 31 december 2005. Indien voor die lijfrente vervolgens premies worden betaald (mede) als gevolg waarvan de waarde van de lijfrente weer toeneemt, tot welke waarde mag dan in de toekomst een overbruggingslijfrente worden bedongen?

In een dergelijk geval mag voor de gehele waarde van de lijfrente, met als maximum de waarde in het economische verkeer van de lijfrente op 31 december 2005, een overbruggingslijfrente worden bedongen. Hieraan staat niet in de weg dat de voor de lijfrente extra betaalde premies in aftrek zijn gekomen bij voorbeeld ten behoeve van een oudedagslijfrente.

6. Voor premieaftrek na 2005 geen aanpassing lijfrentepolis nodig als mede een overbruggingslijfrente is verzekerd

In sommige vóór 2006 gesloten lijfrentepolissen is naast bij voorbeeld een oudedagslijfrente ook een overbruggingslijfrente verzekerd. Indien men na 2005 premies wenst af te trekken, is dat niet meer mogelijk voor een overbruggingslijfrente. Dient in een dergelijk geval de polis te worden aangepast om de overbruggingslijfrente als verzekerd recht uit de polis te verwijderen?

Aanpassing van de polis is in dit geval voor toekomstige premieaftrek fiscaal niet noodzakelijk. Daartoe is in artikel 10a.1, tweede lid, Wet IB 2001, tekst 2006, ook een specifieke regeling opgenomen. Op grond daarvan worden de na 2005 betaalde premies geacht geen betrekking te hebben op een overbruggingslijfrente ondanks dat die lijfrente wel mede is verzekerd in de polis.

 

 

C. TIJDELIJKE OUDEDAGSLIJFRENTEN

1. Wijziging regime voor tijdelijke oudedagslijfrenten

Zijn premies voor tijdelijke oudedagslijfrenten met ingang van 2006 nog aftrekbaar en zo ja, onder welke voorwaarden?

Met ingang van 2006 blijven premies voor tijdelijke oudedagslijfrenten aftrekbaar. Ten opzichte van het regime dat voor dergelijke lijfrenten tot en met 2005 geldt, vindt één wijziging plaats. Met ingang van 2006 mogen tijdelijke oudedagslijfrenten namelijk niet eerder ingaan dan in het kalenderjaar waarin de belastingplichtige de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt.

2. Lijfrenten tot stand gekomen vóór 2006

Geldt voor lijfrenten die tot stand zijn gekomen vóór 2006 eerbiedigende werking in die zin dat op grond hiervan na 2005 tijdelijke oudedagslijfrenten mogen worden bedongen die ingaan vóór het bereiken van de leeftijd van 65 jaar?

In de wijzigingswetgeving is niet voorzien in een overgangsregime voor tijdelijke oudedagslijfrenten. Dit houdt in dat ook indien dergelijke lijfrenten voortvloeien uit premies die zijn afgetrokken vóór 2006, de lijfrentetermijnen in de toekomst niet mogen ingaan vóór het kalenderjaar waarin de belastingplichtige de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt.

3. Gevolgen voor tijdelijke oudedagslijfrenten die zijn ingegaan vóór 2006

Heeft de nieuwe wetgeving met ingang van 2006 gevolgen voor tijdelijke oudedagslijfrenten waarvan de termijnen zijn ingegaan vóór 2006?

Neen. In een dergelijke situatie zijn de termijnen reeds ingegaan onder de werking van de Wet IB 2001, tekst tot en met 2005. Op grond van deze tekst voldoet de lijfrente derhalve aan de voorwaarden op dit punt. Een nadere beoordeling van het ingangstijdstip van de lijfrente komt dan na 2005 niet meer aan de orde.