HELPDESK-ANTWOORDEN AFKOOP KLEINE LIJFRENTEN

Hieronder is een reeks helpdesk-antwoorden opgenomen inzake de invoering met ingang van 2009 van de regeling voor de afkoop van kleine lijfrenten (artikel 3.126a, vijfde lid, en 3.133, tweede lid, onderdeel d, Wet IB 2001). De helpdesk-antwoorden zijn door de Kennisgroep Verzekeringsproducten gegeven en vormen geen (goedkeurend) beleid door of namens de staatssecretaris van Financiën maar vloeien rechtstreeks voort uit de wet- en regelgeving.

Vragen over deze Vragen en Antwoorden kunt u per mail voorleggen aan de Kennisgroep Verzekeringsproducten. Door hier te klikken kunt u een e-mail sturen aan de secretaris van de kennisgroep.

Inhoudsopgave

  1. Indexatie van de kleine afkoopwaarde

  2. Tijdstip vaststellen van de afkoopwaarde

  3. Hogere uitkering dan afkoopwaarde

  4. Geen aansprakelijkheid verzekeraar bij afkoop kleine lijfrente

  5. Geen minimumwaarderingsregel bij afkoop kleine lijfrente

  6. Einddatum opbouwfase lijfrente in 2008; afloop redelijke termijn in 2009

  7. Regeling geldt niet voor afkoop na overschrijding redelijke termijn

  8. Regeling geldt niet voor andere schendingen van voorwaarden

  9. Samentellen lijfrenten/lijfrentespaarrekeningen bij dezelfde verzekeraar/kredietinstelling

  10. Niet samentellen met ingegane lijfrenten

  11. Niet samentellen met pré-Brede-herwaarderinglijfrenten

  12. Kleine-afkoopregeling voor nabestaandenlijfrente; nog niet vervallen termijnen

  13. Afkoopwaarde toetsen per nabestaandenlijfrente voor erfgenaam

  14. Saldomethode geldt bij kleine afkoop

  15. Afkoopwaarde toetsen inclusief "saldogedeelte"

  16. Gedeeltelijk ingaan lijfrente gevolg door gedeeltelijk afkoop

  17. Echtscheiding; splitsing en toedeling lijfrente

  18. Inhouding loonheffing in 2009 over kleine afkoopsom

  19. Opgave in aangifte inkomstenbelasting 2009 van kleine afkoopsom

 

1. Indexatie van de kleine afkoopwaarde
In de wetgeving inzake het Belastingplan 2009 is als maximale waarde van een lijfrente c.q. maximaal tegoed van een lijfrentespaarrekening waarop de kleine-afkoopregeling van artikel 3.133, tweede lid, onderdeel d, respectievelijk 3.126a, vijfde lid, Wet IB 2001 van toepassing is, een bedrag van € 4000 opgenomen. Aangezien genoemd bedrag in beide artikelen op grond van de indexering van art. 10.1 Wet IB 2001 jaarlijks wordt aangepast, geldt met ingang van 1 januari 2009 een bedrag van € 4068 als maximum.

2. Tijdstip vaststellen van de afkoopwaarde
Als toetswaarde voor de kleine-afkoopregeling geldt de waarde van de lijfrente c.q. van het tegoed op het tijdstip dat onmiddellijk voorafgaat aan de afkoop. De afkoop vindt in fiscale zin plaats op het tijdstip waarop deze met de verzekeraar is overeengekomen. Dit kan het geval zijn indien de verzekeraar c.q. de kredietinstelling na het afkoopverzoek van de verzekeringnemer meedeelt dat tot afkoop zal worden overgegaan. Als toetswaarde voor de kleine-afkoopregeling geldt dan de waarde van de lijfrente c.q. van het tegoed ten tijde van die mededeling. In de praktijk zal de mededeling van de verzekeraar c.q. de kredietinstelling meestal ook het bedrag van de afkoopsom inhouden. Dan vormt dat bedrag de toetswaarde.

3. Hogere uitkering dan afkoopwaarde
Tussen het tijdstip waarop de afkoop is overeengekomen c.q. de afkoopwaarde is vastgesteld en het tijdstip van daadwerkelijke uitkering kan enige tijd gelegen zijn. In sommige gevallen wordt als gevolg daarvan door de verzekeraar c.q. de kredietinstelling een hoger bedrag uitgekeerd dan de fiscaal in aanmerking te nemen afkoopwaarde. Uit het antwoord op vraag 2 vloeit voort dat die handelwijze geen gevolgen heeft voor de toepassing van de kleine-afkoopregeling. Indien meer wordt uitgekeerd dan de fiscaal in aanmerking te nemen afkoopwaarde, dient de verzekeraar c.q. de kredietinstelling te renseigneren c.q. loonbelasting in te houden naar die afkoopwaarde en niet naar het hogere bedrag van de uitkering. Hetgeen meer wordt uitgekeerd vormt geen in box 1 in aanmerking te nemen inkomst omdat de lijfrente c.q. de lijfrentespaarrekening na het tijdstip van de fiscale afkoop geen box-1-recht meer vormt.

4. Geen aansprakelijkheid verzekeraar bij afkoop kleine lijfrente
Ter zake van een afkoop waarop de kleine-afkoopregeling van toepassing is, bestaat geen aansprakelijkheid voor de verzekeraar c.q. de kredietinstelling. Omdat de uitkering ineens wordt aangemerkt als een "reguliere" termijn van lijfrente, worden geen negatieve uitgaven in aanmerking genomen en is geen revisierente verschuldigd.

5. Geen minimumwaarderingsregel bij afkoop kleine lijfrente
Aangezien bij toepassing van de kleine-afkoopregeling geen negatieve uitgaven aan de orde zijn – zie ook antwoord 4 – is op de afkoop niet artikel 3.137, eerste lid, tweede volzin, Wet IB 2001 van toepassing. Dat betekent dat bij toepassing van de kleine-afkoopregeling de werkelijke afkoopwaarde wordt belast en niet het bedrag van de in het verleden afgetrokken premies als dat hoger is.

6. Einddatum opbouwfase lijfrente in 2008; afloop redelijke termijn in 2009
Indien van een lijfrente de overeengekomen datum waarop een lijfrente moet ingaan is gelegen in 2008, is het soms mogelijk dat de kleine-afkoopregeling in 2009 toepassing vindt. Dat is het geval indien de zogenoemde redelijke termijn die bestaat om de lijfrente te doen ingaan, eindigt in 2009 en nog binnen die redelijke termijn de afkoop wordt overeengekomen.

7. Regeling geldt niet voor afkoop na overschrijding redelijke termijn
De kleine-afkoopregeling geldt niet voor een afkoop die plaatsvindt nadat de redelijke termijn voor het doen ingaan van een lijfrente, is overschreden. Het overschrijden van die redelijke termijn houdt al een schending van voorwaarden in als bedoeld in artikel 3.133, tweede lid, Wet IB 2001, waarbij negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking worden genomen. Het tijdstip waarop in dit geval negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking worden genomen, is volgens vaste jurisprudentie het tijdstip waarop de redelijke termijn is ingegaan. Op dat tijdstip gaat bovendien het recht over naar box 3. De latere afkoop heeft derhalve geen gevolgen meer voor het inkomen uit werk en woning (box 1).

8. Regeling geldt niet voor andere schendingen van voorwaarden
De kleine-afkoopregeling geldt niet voor andere schendingen van voorwaarden – afkoop is ook een vorm van schending - als bedoeld in artikel 3.133, tweede lid, Wet IB 2001, zoals vervreemding, belening of verpanding. De werkingssfeer van de regeling is namelijk ingevolge artikel 3.126a, vijfde lid, en artikel 3.133, tweede lid, onderdeel d, Wet IB 2001 beperkt tot de uitkering in één termijn van het tegoed op een lijfrentespaarrekening respectievelijk tot de uitkering in één bedrag van een lijfrente. Bij andere schendingen van voorwaarden dan afkoop is geen sprake van een uitkering ineens of in één bedrag door de kredietinstelling respectievelijk de verzekeraar.

9. Samentellen lijfrenten/lijfrentespaarrekeningen bij dezelfde verzekeraar/kredietinstelling
Voor de toets aan het maximumbedrag waarop de kleine-afkoopregeling van toepassing is, dienen de waarden van lijfrenten en tegoeden op lijfrentespaarrekeningen bij dezelfde verzekeraar respectievelijk dezelfde kredietinstelling te worden samengeteld. Onder verzekeraar en kredietinstelling wordt hierbij verstaan een lichaam dat als zodanig is aan te merken in de zin van de Wet op het financieel toezicht. Dit brengt mee dat indien tot een concern een aantal lichamen behoren die ieder voor zich zijn aan te merken als verzekeraar of kredietinstelling als hiervoor bedoeld, alleen lijfrenten respectievelijk lijfrentespaarrekeningen die zijn ondergebracht bij één van die lichamen, moeten worden samengeteld. Daarbij is niet van belang welke productnaam een lijfrente respectievelijk lijfrentespaarrekening heeft; relevant is alleen bij welk lichaam het product is ondergebracht.

10. Niet samentellen met ingegane lijfrenten
De kleine afkoopregeling geldt uitsluitend voor lijfrenten c.q. lijfrentespaarrekeningen waarvan nog geen termijnen zijn vervallen respectievelijk zijn ingegaan. Voor de toepassing van de in antwoord 9 beschreven samentelregel geldt dat geen samentelling moet plaatsvinden met lijfrenten bij dezelfde verzekeraar c.q. lijfrentespaarrekeningen bij dezelfde kredietinstelling waarvan al ten minste één termijn is vervallen c.q. één uitkering is gedaan.

11. Niet samentellen met pré-Brede-herwaarderinglijfrenten
Voor de toepassing van de in antwoord 8 beschreven samentelregel geldt dat geen samentelling moet plaatsvinden met lijfrenten bij dezelfde verzekeraar waarop uitsluitend nog het pré-Brede-herwaarderingregime van toepassing is. De bepalingen van de Wet IB 2001 hebben immers geen betrekking op dergelijke lijfrenten. Het zou voorts ongewenst zijn en voor de praktijk zeer complex uitwerken indien lijfrenten met volstrekt uiteenlopende vormgevingen en toepasselijke regimes zouden moeten worden samengevoegd.

12. Kleine-afkoopregeling voor nabestaandenlijfrente; nog niet vervallen termijnen
De kleine-afkoopregeling is ook van toepassing op rechten op nabestaandenlijfrenten die zijn ontstaan als gevolg van het overlijden van de verzekerde persoon. De regeling kan echter geen toepassing meer vinden zodra de eerste lijfrentetermijn is vervallen c.q. de eerste uitkering ten laste van het tegoed op de lijfrentespaarrekening is gedaan. Zie ook antwoord 10.

13. Afkoopwaarde toetsen per nabestaandenlijfrente voor erfgenaam
Indien als gevolg van overlijden een nabestaandenlijfrente moet ingaan en een echtgenoot of partner of een in de polis met naam genoemde persoon ontbreekt, zal in de praktijk de lijfrente toekomen aan de kinderen dan wel de erfgenamen. Het lijfrentekapitaal moet dan naar evenredigheid – of zoveel als in de polis of in het testament is bepaald - worden gebruikt voor ieder van de lijfrenten die als gevolg van het overlijden ingaan. Op ieder van die lijfrenten kan de kleine-afkoopregeling desgewenst toepassing vinden indien de waarde van de betreffende lijfrente niet meer bedraagt dan het maximum waarvoor de kleine-afkoopregeling geldt. Opgemerkt zij dat zodra door overlijden recht is verkregen op een nabestaandenlijfrente deze fiscaal niet meer geruisloos kan worden omgezet in een ander type lijfrente. Een redelijke wetstoepassing brengt dan meedat voor de toetswaarde van € 4068 die andere typen lijfrenten niet dienen te worden samengeteld met de nabestaandenlijfrente.

14. Saldomethode geldt bij kleine afkoop
Indien op een lijfrente of lijfrentespaarrekening de kleine-afkoopregeling toepassing vindt, wordt de afkoopsom door wetsfictie aangemerkt als de uitkering van een reguliere lijfrentetermijn. Als gevolg hiervan kan rekening worden gehouden met premies c.q. inlegbedragen die niet of niet geheel als aftrekpost in aanmerking zijn genomen. Het kan hierbij gaan om een saldomethode die van toepassing is op grond van artikel I, onderdeel O, Invoeringswet Wet IB 2001. Ook de tegemoetkomende regeling van artikel 3.107a Wet IB 2001 kan hierbij toepassing vinden.

Bij afkopen waarop de kleine-afkoopregeling niet van toepassing is, worden negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking genomen. Daarbij wordt met ingang van 2009 geen rekening gehouden met bedragen die niet als aftrekpost in aanmerking zijn genomen.

15. Afkoopwaarde toetsen inclusief "saldogedeelte"
Voor de vaststelling of een lijfrente wat grootte betreft in aanmerking komt voor de kleine-afkoopregeling dient te worden uitgegaan van de integrale afkoopwaarde van de lijfrente of het tegoed op de lijfrentespaarrekening op het fiscaal relevante tijdstip (zie ook antwoord 2). Niet van belang is derhalve dat een deel van de afkoopsom mogelijk onbelast is omdat de premies c.q. de inleg niet volledig als uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking zijn genomen.

16. Gedeeltelijk ingaan lijfrente gevolg door gedeeltelijk afkoop
Het is fiscaal mogelijk een gedeelte van een lijfrentekapitaal te gebruiken voor het doen ingaan van een lijfrente. Nadat tenminste één termijn van die lijfrente is vervallen, kan op de resterende waarde van het lijfrentekapitaal de kleine-afkoopregeling van toepassing zijn. Zoals in antwoord 10 is aangegeven, behoeft immers geen samentelling plaats te vinden met een lijfrente waarvan tenminste één termijn is vervallen.

17. Echtscheiding; splitsing en toedeling lijfrente
In de gevallen bedoeld in artikel 3.134, tweede lid, Wet IB 2001 (verdeling van een gemeenschap in het kader van echtscheiding enz.) bestaat de mogelijkheid om een lijfrente geheel of gedeeltelijk te vervreemden aan de (gewezen) echtgenoot. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk een lijfrente te splitsen en tot de gewenste omvang toe te delen aan beide echtgenoten. Na de splitsing kan elk van de toegedeelde delen voor zich in aanmerking komen voor de kleine-afkoopregeling. Samentelling met de lijfrente van de andere (gewezen) echtgenoot is daarbij niet aan de orde.

Opgemerkt zij dat in situaties waarin artikel 3.134, tweede lid, van toepassing is, het voor de toepassing van de kleine-afkoopregeling ook mogelijk is de lijfrente niet eerst formeel in twee lijfrenten te splitsen. Daartoe dient in het echtscheidings- of verdelingsconvenant uitdrukkelijk te zijn bepaald hoe de lijfrente(n) zal/zullen worden verdeeld. Nadat het convenant definitief is geworden, kan voor iedere (gewezen) echtgenoot de kleine-afkoopregeling van toepassing zijn op het aan hem of haar toegewezen gedeelte of waarde van de lijfrente(n) ondanks het feit dat de lijfrente mogelijk formeel nog toekomt aan de ander.

18. Inhouding loonheffing in 2009 over kleine afkoopsom
Voor het jaar 2009 is toegestaan dat de inhouding van loonheffing op een afkoopsom die valt onder de kleine-afkoopregeling, desgewenst achterwege blijft ondanks het feit dat een dergelijke afkoopsom bij wege van fictie is aan te merken als een reguliere lijfrentetermijn. Wel dient ingeval geen loonheffing wordt ingehouden, de afkoopsom voor het jaar 2009 door de verzekeraar of financiële instelling te worden gerenseigneerd als afkoopsom (code INW2 volgens de Handleiding Renseignering 2003). Met ingang van het jaar 2010 dient altijd inhouding van loonheffing plaats te vinden en blijft renseignering achterwege.

19. Opgave in aangifte inkomstenbelasting 2009 van kleine afkoopsom
Een afkoopsom waarop in 2009 de kleine-afkoopregeling van toepassing is en waarop geen loonheffing is ingehouden, dient in de aangifte inkomstenbelasting over dat jaar te worden ingevuld in de rubriek "Afkoop lijfrente of andere negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen". Bij de vraag "Inkomen waarover revisierente is verschuldigd" dient in de rubriek "Bedrag van de verschuldigde revisierente" vervolgens een "0" worden ingevuld.